door Janneke Leunissen-Rooseboom

Wie een nest wil fokken moet zelf een teef hebben, maar uiteraard is er ook een reu nodig om het beoogde resultaat te krijgen. Waar vind je de juiste reu? Nadat in de Raad en Daad in het septembernummer besproken is wat de eigenaar van een teef doen moet om uit te vinden of de teef geschikt is voor de fokkerij, gaat het deze keer over de zoektocht naar een juiste huwelijkskandidaat. Het zal blijken dat ook deze onderneming weer wat voorbereidingstijd kost.

Een geschikte reu voor je teef vind je helaas meestal niet vlak om de hoek. Ook niet als het gaat om een populair ras, waarvan er bij wijze van spreken in elke buurt wel een paar wonen. Als het goed is stel je je als fokker namelijk een bepaald doel bij een nest. Ik ga nu fokken om dat en dat te proberen te bereiken. De teef is een vast gegeven, de reu kan worden uitgezocht om bij dat plan te passen. Het doel kan van alles zijn, maar meestal gaat het om een verbetering van een aspect waarin de teef minder goed is en/of om bestendiging van haar sterke punten. Als je het zo nauwkeurig bekijkt zou het wel uiterst toevallig zijn als de bijpassende reu nou net de buurhond is!

Basiseisen

Om te beginnen moet de reu voldoen aan dezelfde eisen als de teef: gezond van lichaam en geest en de in het ras van belang zijnde gezondheidstesten gepasseerd met de gewenste uitslag. Afhankelijk van het ras zal de rasvereniging verder eisen stellen aan het karakter van de fokdieren en mogelijk ook een bewijs vragen waaruit de aanwezigheid van de gewenste werkeigenschappen blijkt. Verder moet de reu de juiste leeftijd hebben, te jong is in de meeste rassen ‘not done’. Verder moet hij nog ruimte hebben om te mogen dekken. Tenminste, die laatste eis zal gaan gelden als voor alle rassen mogelijk regels in werking treden in het kader van het Centraal Fokbeleid van de Raad. Daarin is het plan om per ras een limiet te stellen aan het aantal dekkingen dat een reu mag geven. Dit om te voorkomen dat slechts enkele reuen een onevenredig zwaar stempel zetten op de volgende generatie. Gaat de reu over dat afgesproken aantal heen, dan heeft dat pijnlijke gevolgen: de pups uit de surplus nesten worden niet ingeschreven in het NHSB. Als teveneigenaar zul je dat wel even goed willen checken.

Achtergrondkennis

Dan moet je de stamboom van de reu bekijken in samenhang met die van je teef, liefst van beide vier tot vijf generaties. De reu moet niet al te verwant zijn aan je teef. Bij veel rashonden komen op den duur in de stambomen wel een of meer dezelfde namen voor, vaak van de bekende kampioenshonden. Vroeger zag men dat graag, maar tegenwoordig neigt men er in het algemeen toe dat wat minder te waarderen. Met die stamboom in de hand is het van belang dat je gaat speuren naar kenmerken van de voorouders en familie van de reu. Gegevens van deze dieren vertellen namelijk iets over de kans van slagen van je plan. Dat is waar je een stamboom voor nodig hebt: om daarmee de voorouders van je hond en zijn partner te leren kennen. Want die bepalen hoe jouw nest er uit komt te zien. Heeft een bepaalde reu zelf wel de kwaliteit op het punt waar je naar zoekt, maar blijkt uit je naspeuringen dat die bij het merendeel van zijn voorouders, broers en zusters en zijn kinderen ontbreekt, dan is hij vermoedelijk voor het voor jou belangrijke punt helaas niet zo’n sterke vererver en kun je hem maar beter van de lijst halen.

Rasvereniging

Bij deze speurtocht heb je veel aan de rasvereniging. Wie met fokplannen rondloopt wordt het beste snel lid van de rasvereniging, als je dat niet al lang was. Je kunt daar met je vragen terecht. Sommige verenigingen zijn al vroeg in hun bestaan met het verzamelen en in kaart brengen van gegevens begonnen, voor andere is dat nog een betrekkelijk nieuw werkgebied. Maar alle verenigingen zijn daar tegenwoordig wel op een of andere manier mee bezig. In sommige rassen is men al heel ver met de automatisering op dit terrein, zelfs zo dat men voor een of meer punten die voor het ras van belang zijn kan aangeven of pups uit een bepaalde combinatie de kans lopen daarin beter of slechter te scoren dan het gemiddelde in dat ras. Fokwaardeschatting heet dat. Voor de fokkerij uiteraard een fantastisch hulpmiddel. Maar ook de ‘ouderwetse’ aanpak is zeer waardevol: bij elke vereniging lopen mensen rond die het ras uit eigen langjarige ervaring grondig kennen. Onder hen zijn er zeker die graag bereid zijn serieuze nieuwelingen in te wijden en in hun kennis te laten delen. Die kennis is misschien minder systematisch, maar meestal wel breder, want in een databank kan nu eenmaal niet alles wordt opgeslagen. Voor ingewijden met veel stamboomkennis kan al zo duidelijk zijn of een bepaalde combinatie er voor sommige aspecten goed uitziet, dan wel vermoedelijk op een teleurstelling zal uitlopen.

Met eigen ogen

Het is belangrijk toekomstige huwelijkskandidaten met eigen ogen te bekijken. Dat kan op evenementen als tentoonstellingen en clubmatches, op werkproeven als die in dat ras plaatsvinden, en natuurlijk bij de reu thuis. Trouwens altijd een aanrader om eens te zien hoe de hond zich in normale omstandigheden gedraagt. Op een show of proef is hij misschien gespannen en dan laat hij zich toch van een andere kant zien dan in zijn normale dagelijkse leven. Maar lang niet elke reu die rondloopt is ook voor jouw snode plannen beschikbaar. Het is vooraf wel prettig om te weten welke eigenaars voor een huwelijksaanzoek open staan. Sommige verenigingen vragen reueneigenaars daarnaar en zetten de reuen die beschikbaar zijn in een register dat door teveneigenaars kan worden geraadpleegd. Andere rassen kennen zoiets (nog) niet.

Dekken

Lang niet alle bezitters willen hun hond voor een dekking afstaan. Soms hebben ze er geen zin in zo veel geld te besteden aan de nodige gezondheidsonderzoeken. Maar vaker nog zijn ze bang dat hun reu na een dekking vervelend wordt: een lastige macho die niet meer wil luisteren en die als hij maar even de kans krijgt achter de teven aan zal gaan. Dat een reu in zijn status wordt bevestigd door een dekking is iets wat zeker is. Maar hij is ondergeschikt aan zijn baas, dat blijft hij, vader of niet. Dus wie z’n hond niet onder de duim had zou na een dekking mogelijk nog minder over hem te zeggen kunnen krijgen, elk ander hoeft eigenlijk niets negatiefs te verwachten. Dat de reu voortaan als een dolleman achter elke teef aangaat, dat is nu juist iets wat normaal gesproken eerder afneemt dan toeneemt, zoals elke fokker met eigen reuen weet. Immers een reu die heeft gedekt heeft daarmee meestal ook onderscheid leren maken tussen ‘interessant ruiken’ en ‘vruchtbaar zijn’. Hij heeft daarbij ervaren dat alleen in het laatste geval iets van hem wordt gevraagd. Zo’n reu is daarmee wijzer en handelbaarder geworden dan de lummel die al uit zijn doen raakt van een teef die nog met de loopsheid moet beginnen en die dat blijft tot ver na de laatste dag.

Afspraken

Na het nodige voorwerk heb je op een zeker moment een reu gevonden die aan je eisen voldoet. Met zijn eigenaar probeer je dan tijdig een afspraak te maken voor als het zover is. Wat in het ras aan dekgeld gebruikelijk is, valt uit te vinden bij de rasvereniging. Denk daarbij in de richting van de prijs van een pup. Het is de service die betaald wordt, dus na de dekking afrekenen is normaal. Bij uitblijven van resultaat mag je soms een volgende loopsheid nog een keer terugkomen. Dit is de meest voorkomende vorm, maar in principe zijn de twee partijen vrij elke afspraak te maken die ze willen. Het is aan te raden die afspraak heel duidelijk te formuleren, misschien zelfs even op te schrijven, om misverstanden te voorkomen. Het zal duidelijk zijn dat fokken een flinke investering vraagt en dat je je het beste alleen aan een nest waagt als je wat risico lopen kunt. Fokken, op de manier zoals hier beschreven, is en blijft een hobby, een hobby die als je hem serieus beoefent heel wat van je vraagt – maar ook veel geeft.

(Verschenen in de rubriek Raad en Daad (Raad van Beheer) in maandblad Onze Hond, oktober 2003)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *