door Janneke Leunissen-Rooseboom

Een hond die actief en vaak haantje de voorste is, krijgt al snel het etiket ‘dominant’ opgeplakt. Het is zo’n handig woord dat iedereen kent en je weet dus meteen wat voor vlees je in de kuip hebt. Maar is dat ook zo? Doreen Planta laat zien dat een etholoog zorgvuldig met dit begrip omgaat en dat er een wezenlijk onderscheid is tussen dominantie en leiderschap, termen die een leek gemakkelijk door elkaar gebruikt.

Dominantie beschrijft een relatie tussen twee individuen. Met het begrip dominant wordt de positie van het dominantere dier beschreven. Binnen een roedel heerst een bijna lineaire hiërarchie. Dat wil zeggen dat er maar één dominant is over alle dieren, nummer twee is dominant over de rest, enzovoort. Het alfa-dier (diegene die dominant is over alle dieren) bepaalt wat er in de groep gebeurt: initiatieven worden door hem of haar genomen en daarin voorop gaan is aan hem of haar voorbehouden. Degene die de gang van zaken bepaalt en bij wie het initiatief berust, is overigens niet noodzakelijk degene die ook alles uitvoert. Een drukke bezige bij hoeft het dominante dier helemaal niet te zijn, eerder het tegendeel. Want net als bij mensen kunnen ook honden delegeren. Dat is ook de essentie van de sociale samenlevingsvorm waarin hond (en mens) leven: werk kan worden verdeeld.

Leiderschap

Bij de uitvoering van de diverse taken in een groep is er steeds weer een die zo’n specifieke activiteit aanvoert. Dat dier is van die bezigheid de leider. Elke taak kan een andere leider hebben. Kenmerkend verschil met het dominante dier is dat een leider dat is bij de gratie van een ander: wie het leiderschap bekleedt wordt namelijk bepaald door het alfa-dier. Voor het minder getrainde oog is er, als naar bepaalde aspecten van gedrag wordt gekeken, niet zo veel verschil te zien tussen dominantie en leiderschap, als men al zou weten dat dit onderscheid bestaat. En om het nog ingewikkelder te maken: een hond kan dominant gedrag vertonen, zonder dominant te zijn! Het is duidelijk dat hieruit gemakkelijk verwarring kan ontstaan. In de praktijk – in de dagelijkse omgang, bij opvoeding en training, en zeker voor de behandeling van probleemgevallen door de gedragsbegeleider – maakt het veel verschil uit of een hond een dominante of een leiderschapsrol vervult of dat een dier dominant gedrag vertoont.

Trekken aan de lijn

Neem nou trekken aan de lijn. Vaak wordt dat betiteld als dominant gedrag. Inderdaad, net als de leider loopt een hond die trekt voorop. Maar dat kan een heel andere reden hebben dan dat de hond bepaalt wat er gebeurt. Een hond maakt namelijk makkelijker snelheid dan de mens en als hij een lekker gangetje heeft loopt hij dus al gauw aan het einde van de lijn. Daar kan hij niet verder meer, dus trekt hij. Zeker als hem de oefening wandelen zonder trekken niet is geleerd. Dat feit kan de eigenaar accepteren: het kan de hond worden toegestaan voorop te gaan. In dat geval biedt de baas hem bij de wandeling een leidersrol aan. Maar normaal gesproken houdt de eigenaar als de alfa van de roedel wel het initiatief: hij besluit op welk moment er gewandeld gaat worden en bepaalt ook de route. Pas zodra dat niet meer het geval is, en de hond dus met de baas op stap gaat, vertoont de hond inderdaad dominant gedrag. Het vertonen daarvan wil dan overigens nog niet zeggen dat de hond daadwerkelijk dominant is. Dat hij echter aan het proberen is de toppositie te bereiken, is wel iets waar men op bedacht moet zijn. Als de hond namelijk maar vaak genoeg de kans krijgt om dominant gedrag te vertonen, en in sommige gevallen hier zelfs voor wordt beloond, zal hij uiteindelijk over de eigenaar dominant worden.
Aanslaan en het wegjagen van vreemd volk kan echter heel goed een taak zijn die de hond in commissie, dus in (stilzwijgende) opdracht van zijn eigenaar, uitvoert. Zoiets speelt ook bij dieren die werkzaam zijn als blindengeleide- of Soho-honden. Zulke honden moeten bijzonder veel ondernemen maar essentieel is dat ze dat doen in opdracht. Ook hier geldt weer: op het eerste gezicht kan het er uit zien alsof de hond het initiatief neemt en dus dominant is, maar in werkelijkheid wordt hem opgedragen bij een bepaalde taak het voortouw te nemen: hij vervult de leiderschapsrol.

Vakjes

Mensen willen graag alles snel in een vakje plaatsen. Dan lijkt het of je het beter kunt begrijpen. Bij gedrag blijkt dat echter niet goed mogelijk. Vaak zit gedrag ingewikkelder in elkaar dan zo op het eerste oog lijkt. Om een juist oordeel te kunnen vellen moet meestal meer bekend zijn over de context en de relatie tussen de individuen. Met de term ‘dominant’ bedoelen leken meestal ‘probleemhond’. Ook dat is te kort door de bocht. Dominantie maar ook leiderschap, in ethologische zin, veronderstelt zelfverzekerdheid en geestelijke evenwichtigheid. Inderdaad kan een ‘geestelijke krachtpatser’ in sommige situaties voor mensen best moeilijk te hanteren zijn. In de praktijk blijkt echter gebrek aan zelfvertrouwen bij de hond eerder een bron van moeilijkheden. Dominantie synoniem achten met ‘probleem’ is onterecht. Zelfs komt het voor, dat honden die dominant zijn over de bezitter nooit moeilijkheden opleveren. Beide partijen kunnen daar heel tevreden mee zijn en zolang die harmonie niet wordt verstoord is er niets aan de hand. Lang niet elke hond heeft overigens de aspiraties om zelf de dominante positie in te vullen. Wie een hond heeft die daar niet naar taalt, heeft het als eigenaar gemakkelijk om dominant over de hond te worden en te blijven. Duidelijke verhoudingen hoeven overigens niet synoniem te zijn met harmonie. Een eigenaar die, ondanks zijn dominante positie, erg inconsequent is en de hond niet duidelijk kan maken wat hij nou precies van hem verwacht, kan zijn hond heel onzeker maken. Die hond heeft immers geen idee wat er van hem wordt verlangd. Dat levert stress op, ondanks een duidelijke dominantie-verhouding. Hoe de dominantie-verhoudingen liggen en hoe ze uitpakken, hangt dus in belangrijke mate af van het karakter van de hond en dat van de eigenaar, van de combinatie dus. Bij sommige honden moet het verschil in dominantie heel erg groot zijn, bij andere weer niet. Er zijn honden die alles uit de kast halen om dominant te worden over de eigenaar en andere weer niet. Alles is hierin dus mogelijk, niets spreekt vanzelf en elke eigenaar-hond relatie is verschillend.

Conclusie

Met het begrip dominant worden dus niet in een klap allerlei bijzaken verklaard. Bovendien moet de term met zorg worden gebruikt. Zonder kennis van de omstandigheden, de relatie en de karaktereigenschappen van zowel de hond als de eigenaar, is het vaak moeilijk te beoordelen of het begrip juist wordt toegepast. Schijn bedriegt vaak: wat er uit ziet als dominant, is in werkelijkheid vaak leiderschap of dominant gedrag.

(Verschenen in Los Vast, het vakblad van de Nederlandse Vereniging voor Instructeurs in Hondenopvoeding en -opleiding (O&O), februari 2001)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *